1. U doet alles goed. U slikt uw pillen. En toch worden uw klachten niet minder.
U slikt uw medicatie. Elke dag. Misschien al vijf jaar. Misschien tien. U doet wat uw arts zegt. U komt op controle. U laat uw bloed prikken. En toch.
Uw bloeddruk blijft te hoog ondanks de verlagers. Uw cholesterol daalt op papier maar u voelt zich niet beter. Uw benen zijn zwaar. Uw handen koud. U slaapt slecht. U bent moe op een manier die geen nacht slaap oplost.
En elke keer zegt uw arts hetzelfde. We verhogen de dosis. We voegen er een pil bij. We proberen een ander merk. En u knikt. Want wat moet u anders.
Maar ergens weet u het. Dit klopt niet. Als de pillen doen wat ze moeten doen, waarom voelt u zich dan niet beter? Als u alles goed doet, waarom worden het dan elk jaar meer pillen in plaats van minder?
Het antwoord is simpel. En het heeft niks te maken met uw discipline, uw leefstijl of uw genen.
Uw pillen bestrijden het symptoom. De hoge bloeddruk. Het hoge cholesterol. De pijn. De slechte slaap. Maar ze raken niet aan wat al die klachten van binnenuit veroorzaakt. Er zit iets in uw bloedvaten dat elke dag een beetje meer ruimte inneemt. Dat uw vaten stijver maakt. Nauwer. Minder elastisch. En dat op geen enkel recept staat.
Het heet fibrine. En uw arts meet het niet.









